Creativiteit begint met lef, twitterde Joost s’ avonds laat nog naar alle reizigers.
Welk medium je ook kiest – analoog of digitaal, woord of beeld of gebaar -: zolang dat lef er maar is als startpunt.
De digitale media maken mensen creatiever omdat ze -activeren, -ontdekkend leren mogelijk maken, -keuzevrijheid bieden. Keuzevrijheid is helemaal niet leuk, daarvoor is vooral lef nodig. De moed om te kiezen, te ervaren, te delen, als individu je eigen route te volgen in een steeds complexere en gelaagde wereld, niet zomaar meegezogen worden in alle kansen en attracties.
Het onderwijs als een training in lef en levenskunst: dat wordt belangrijker nu de digitale leeromgeving de rol van instructeur en kennisbron overneemt.
Augmented sunrise.
We reden met de bus van Amsterdam naar de Veluwe. Naar het oosten en dus recht op de zon af. Ik dacht na over lef en over het verhaal van Prometheus, die het vuur van de goden stal om de mensen cultuur en creativiteit te brengen. Is dat nog steeds de rol van de kunstenaar en andere creatieven? Vertaler op de grens van het alledaagse leven en de onzichtbare wereld van (nu ook digitale) mogelijkheden?
Vandaag ontdekten we hoe het explosieve digitale universum ons straatbeeld, mensbeeld en wereldbeeld kan verrijken en zelfs veranderen. In Scherpenzeel, een eeuwenoud dorp op de Veluwe.
AR, Augmented Reality, kun je vertalen als ‘ verbeterde werkelijkheid.’ Net als nieuwe technologie zit het leven zelf vol fouten, haperingen, toeval en chaos. AR is vaak niet veel meer dan het toevoegen van een nieuw laagje of plaatje aan de bestaande wereld. Wat nu als de kunstenaar een regelrechte concurrentie aangaat met de fysieke wereld? Een digitale zonsopgang naast of in plaats van de echte?
Lef op de veluwe: hoe durft die paddenstoel er gewoon te zijn?
Zo’n kunstwerk roept iets op. Verbazing en onwetendheid bij voorbijgangers, ongeloof bij de stukadoor, digitale overrompeling bij de een, irritatie bij de ander die de echte zon op de dauwdruppels onovertroffen vindt. Daar hoeft geen mobiele applicatie tussen wat haar betreft.
En terecht. De kunstenaar lijkt het vandaag te verliezen van de echte zon: de dag is te mooi, de natuur te warm en omvangrijk en niet te vatten. En hij weet het, hij pakt een vochtig herfstblad op, ziet het patroon van nerven en de kleurschakering, verbaast zich over de schijnbaar toevallige en zinloze uitstulping aan de achterkant van het blad.
Terwijl hij luistert naar de enthousiaste stemmen die de digitale zon in hun camera hebben gevangen, ziet hij in een ooghoek een ander groepje zich verzamelen en vooroverbuigen bij een volmaakte rode paddenstoel. Spontaan opgedoken uit die onzichtbare wortelstok van de oneindige wereld onder de grond. Deze spanning tussen de virtuele en fysieke wereld maakt deze Layar op de Veluwe tot een bijzonder kunstwerk, meer dan een leuke app of ARtvertising. Digitaal meesterschap.

Lidwin twitterde kort nadat de paddenstoel was gespot: ‘ is het potverdorie een echte paddestoel!’
Doordat wij constant als een stelletje vreemdelingen in Scherpenzeel door onze smartphones en tablets naar de wereld keken vergeet je bijna ‘te kijken’. En daar stond ie dan ineens. Onschuldig en puur van vorm en kleur…. een echte paddenstoel: rood met witte stippen.
Ik betrapte mijzelf er op dat ik echt genoot van dit schouwspel, dat ik niet meer naar de ‘zon’ in een virtuele wereld wilde kijken. Het is iets tastbaars, iets wat je wil aanraken, maar niet doet omdat het stuk kan… De viruele zon kwam uitendelijk ook zo dichtbij, ik stond er in, het werd tastbaar en eigenlijk echt. Het bewoog, het kleurde… Het gevoel was daar, net zoals bij de paddenstoel.
Meesterlijk!
De pAddestoel
Ooit is de paddestoel,al jaren hoofdrolspeler in een bekend lied, toegevoegd aan de toen geldende realiteit. Of er destijds al mensen waren en indien, of die dat op die wijze hebben ervaren? Ik weet het niet. Inmiddels lijkt deze jaarlijks tijdelijke toevoeging een even romantisch als stevig houvast voor de digitaal ontregelde mens.
Kabouter Prikkebeen kijkt vanachter een netwerk van oranje streepjes verdwaasd toe. Niemand die hem ziet in het dubbel tegenlicht.
Zons -‘ondergang’
Zondag 16 oktober, net terug van de Reis, ik ga op bezoek bij een oude dame die ik twee keer per week bezoek. Niet omdat ze afhankelijk is van mijn hulp, wel omdat ze eenzaam is en nog zoveel te vertellen en vragen heeft over de wereld.
De digitale virtuele wereld kent ze niet, maar toch…ze heeft meer dan ik gezien van de wereld en ziet steeds meer, ook virtueel.
De zon schijnt volop, nog even want het is eind van de middag, en plotseling zegt ze “Soms ben ik bang voor de ondergaande zon”. De opmerking verrast me dus ik vraag haar waarom. Ze legt me uit dat ze zich al lang realiseert dat de zon er zo vanzelfsprekend is maar dat we niet zonder haar kunnen. “We zullen nooit fysiek bij de zon kunnen komen”. “Als de zon ondergaat en niet meer opkomt bestaan we niet meer”. Ik ben geraakt.
We wandelen en praten verder, over tastbaarheid en het verlangen daarna, in werkelijkheid maar ook in ons hoofd. En we kijken naar de twee oude eiken voor haar huis, ruim 200 jaar oud. We stellen ons voor wat ze ons zouden vertellen en hebben ervaren in al die tijd.
Als ik later met haar buiten loop, de eiken passeer en de zon haar rug verwarmt, dan verwonder ik me over de vraag hoe nieuwe media het verhaal van de eik zou kunnen verrijken. Het lijkt me mooi zoiets juist met haar te beleven, zij 85 en ik 43 jaar oud. Nieuw en oud te verbinden, alsof we even aan onze onsterfelijkheid raken.
Als we weer terug in haar appartement zijn, vier hoog en nog iets dichter bij de zon, trek ik mijn jas aan en neem afscheid. We spreken af dat we diezelfde dag bij zonsondergang aan elkaar te denken.